Goh, wat een dag! En dat allemaal door jou! Jaja, alle zorgen die ik me heb moeten maken, alle ongemakken die ik heb meegemaakt en dan ook een slapeloze nacht, allemaal aan jou te danken! Waarom? Waarom dit alles jouw schuld is? Awel se, omdat ik je altijd iets spannends en nieuws wil vertellen, dacht ik dat het wel interessant zou zijn als ik eens zou schrijven over een nachtje kamperen met de leefgroep. Nu, dit bedenken is makkelijk maar geloof me, dit uitvoeren is heel andere koek. Zoals je ziet, heb ik het overleefd maar jij bent natuurlijk benieuwd naar de details. Jij: “ Ja, natuurlijk, Ans.” Oke, hou je vast. Hier gaan we!

 

“‘Tot ziens.’ zeg ik je. ‘Het ga je goed.’ ‘Bedankt dat je er was voor me.’ ‘Ja inderdaad. Tot…ziens.’” Na deze laatste zin te hebben toegevoegd aan mijn afscheidsbrief voor Pulderbos, hoor ik een bekend klopje op de deur. “Kom maar binnen, mama.” “ Dag zusje. Wat een warm weertje he. Zullen we een ijsje gaan eten?” Ik, die nooit een ijsje kan weerstaan, klap mijn laptop toe en niet veel later zitten mama en ik op het terras van de boer in Zoersel een spelletje scrabble te spelen onder het eten van een bol straciatella zoals ik of een bol mokka zoals mama. Na een onvoltooid partijtje (waarbij ik toch mooi de meeste punten had), vertrekken we terug naar Pulderbos waar ik mama meteen naar huis stuur. Ik moet me immers voorbereiden op een nachtje tent in de grote tuin van het revalidatiecentrum.

Het loopt tegen zessen wanneer ik naar de kampeerplaats rijd waar ze juist bezig zijn de bedden op te maken. Mijn matras ligt er nog niet. Ik heb namelijk een speciale matras tegen doorligwonden. Deze zullen ze pas na de verzorging buiten brengen zodat ik nog iets heb om op te liggen wanneer ik mijn pyjama aantrek. Zeven uur. Etenstijd. We eten pizza’s, drinken frisdrank en tegen een uur of acht trekken we naar binnen om ons voor te bereiden op de nacht. Ik opteer voor een pyjama van woody met een kameleon erop. Buitengekomen merk ik dat Olivia juist hetzelfde prentje heeft op haar pyjama. We lachen hier eens mee en bedenken dat het wel eens grappig kan zijn wanneer straks, in het donker, de oogjes zullen oplichten. (dat doen woody pyjama’s nu eenmaal) Tegen tien uur is het tijd voor de kleintjes om te gaan slapen. Na een dikke knuffel en kus aan iedereen te hebben gegeven, duiken deze hun bed in en beginnen wij, ‘groten’, wat te babbelen. Ik moet wel eerlijk toegeven dat het grootste deel van het gesprek me ontgaat doordat ik zit te piekeren over straks. Hoe moet ik in hemelsnaam op mijn matras geraken. De stalen verpleegster (de lift om mij in bed te leggen) mocht immers niet buiten. Een uur nadert, Lander heeft al drie keer gegeeuwd, mijn hoofd begint scheef te hangen, Olivia haar hyperactiviteit begint uit te werken en Nathalina, die in het gebouw gaat slapen, begint te spreken over een terugtocht naar binnen. We besluiten dat het bedtijd is: Lander en Olivia halen hun slaapzak boven en Nathalina en ik keren terug naar het slapende gebouw. Hier wordt ik op een smalle brancard gelegd en terug naar de tent gerold. Geweldig, denk ik, wanneer ik op de lage plank, die slechts een tiental centimeter van de grond verwijderd is, de allesoverkoepelende sterrenhemel bekijk.  Weet je, ik heb nog nooit een vallende ster gezien. Nogthans, volgens Lander, zijn ze helemaal niet zo moeilijk te vinden. Ik weet het niet. Nog beter zoeken waarschijnlijk? Alleszins, eenmaal in de tent trokken ze me van de brancard op de matras en zo was voor mij het moeilijkste stuk achter de rug. Nu, je zou veronderstellen dat ik dan prima zou moeten kunnen slapen, is het niet? Awel, niet dus! Man, ik heb slecht geslapen! Terwijl iedereen als een roosje sliep he! Niet te schatten! Maar door zoiets onbenulligs laat ik mijn avonturenuitje niet verpesten. Nog een ontbijt (met koffiekoeken uiteraard) in het ochtendzonnetje en het kamperen zit er weeral op. En weet je, ik heb er best van genoten. Dus eigenlijk moet ik je nog bedanken. Bij deze trek ik mijn beschuldigen terug in. Content? Bon, ik ga je laten. Tot de volgende?! Ow ja, dat is mijn laatste dagboekfragmentje vanuit Pulderbos. Weet je nog? Mijn ontslag is de 16!

Tot dan!

Ans