Om als rolstoelpatiënt naar de universiteit te gaan, zeker die van Leuven, moet je ofwel knettergek zijn, gedwongen of kind van een of andere decaan. Niemand trotseert de verouderde liften in faculteitsgebouwen de starende blikken in de aula, en het onzekere kotleven vrijwillig. Neem daar nog eens al de kasseiwegen, heuvels en scheefliggende trottoirs in Leuven bij en je vraagt je af hoe zo iemand het in zijn hoofd haalt om zijn veilige thuis te verlaten en het gevaar, zoals dat dan lijkt, zomaar op te zoeken. Ik, ongedwongen, naar mijn weten nog gezond in denken, dochter van een architect (hoewel je dat niet zou zeggen, zijn er bloedtesten om dat te bewijzen) die vindt dat haar dag al spannend genoeg is als ze een rit met de bus naar ’t stad heeft overleefd, heb dan ook een goede reden, een gelegenheid die mij overhaalde om naar deze heuvelachtige studentenstad te trekken en een richting aan te vatten die ik op het eerste zicht niet voor ogen had…

Het volgende fragment is een gereconstrueerde weergave van de Planvergadering  eind Augustus 2011. Niet alledaagse woorden hebben een * zodat het erbijslepen van Wikipediapagina’s niet hoeft en er geen ouders/woordenboeken hoeven te worden geraadpleegd die je veel langere en omslachtige uitleggen geven dan jij nodig hebt.

“Welke richting zou je zelf het liefst volgen?”

“Sowieso biomedische wetenschappen. Doordat ik, sinds mijn hypofyse* is uitgevallen, zelf veel pillen moet slikken, weet ik gewoon dat veel medicamenten neveneffecten hebben, tot gewenning leiden of later schade aanrichten. Daar zou ik echt graag onderzoek naar voeren. Ik vind het menselijk lichaam heel interessant en weet je, toen ik bij biologie vorig jaar ontdekte waarom er enkel mannelijke rosse katten bestaan, liep ik een week op wolken maar…”

“Leuven ziet het niet zitten de studie aan te passen.”

“Neen mama, dat hebben ze niet gezegd. Het zit gewoon zo dat 60% praktijk is en dat zaken zoals microscopie, die ik door mijn vingers niet kan uitvoeren, echt belangrijk zijn. Ze willen mij  de studie wel laten aanvatten, maar denken niet dat ik op het einde een volwaardig diploma kan krijgen.”

“En Antwerpen?”

“Die hebben pas sinds dit jaar een dienst voor Studeren met Functiebeperking en staan voorlopig op het gebied van toegankelijkheid echt minder ver dan Leuven. Ik denk dat daar de kans nog kleiner is dat ik een diploma haal. Plus…”

“We willen mama echt een tijd ontlasten. Als Ans thuis is moet mama voortdurend helpen; computer klaarzetten,  boeken openleggen, pillen geven, sonderen*, ze heeft het afgelopen jaar nauwelijks tijd gehad voor zichzelf…”

“Ach, dat maakt niet uit.”

“Jawel mama, dat maakt wel uit. En dat is nog niet alles. Iedere nacht moet ze drie, vier keer opstaan om Ans te helpen en ik ken mama; dat houdt ze niet vol. Dat houdt niemand vol! En trouwens, Ans wil zelf ook liefst op kot zitten. Hé, Ans?”

“Ja… Daan heeft gelijk.”

“En heb jij geen recht op PAB*?”

“Jawel. Ik sta al enkele jaren op de wachtlijst en stond tot voor kort vrij hoog, maar onlangs hebben ze de voorwaarden veranderd waardoor gezinnen met meerdere “gehandicapten” bovenaan zijn gezet en ik dus tja, naar onder ben verplaatst.”

“En wie gaat er ginder dan voor haar zorgen Daan?”

“Dat is allemaal al geregeld. Daar zorgt de omkadering* voor. Het enige wat ze nu nog moet doen is een richting uitkiezen.”

“En dat is het probleem. Als het dan geen wetenschappelijke richting mag zijn, zou ik kiezen voor Taal-en Letterkunde, maar ik vind het belachelijk om 6 jaar wetenschappen te hebben gedaan en nu…”

“Ja. Ze studeerde zelfs af als meest verdienstelijke leerling en met 83%”

“82, mama. En van dat eerste denk ik dat ik dat grotendeels aan de rolstoelfactor te danken heb. Hoe dan ook, ik zou het zo jammer vinden om dat allemaal in het water te gooien en ja, ik schrijf graag maar ik weet gewoon niet of het iets voor mij is om alle schrijvers van de oudheid tot nu vanbuiten te blokken of om me heelder dagen met zinsontleding bezig te houden.”

“Ze heeft nog één andere mogelijkheid die ze echt graag zou doen.”

“Ja, maar…”

“Uit haar periode op intensieve zorgen, kent ze een dokter die ookdoceert op de universiteit en die het samen met een vriend van mij, een spoedarts, ziet zitten om de studie van geneeskunde voor haar aan te passen zodat bijvoorbeeld stages omgezet zouden worden in het opstellen van werkstukken. Trouwens voor de beroepen die zij ermee zou willen uitoefenen heb je niet echt je vingers nodig. Wat was het weer, zusje? Psychiater of…?

“Endocrinoloog. Ja, dat is de enige studie waarvoor ik hier in Antwerpen zou willen blijven,  maar dan moet ik nu door de tweede zit van het ingangsexamen geraken en ik weet niet of me dat gaat lukken.”

“Ja dat is nog zo iets. Ze kreeg slechts een kwartier extra op het examen. Er mocht wel iemand naast zitten die niets van wetenschappen kent om in haar  plaats te schrijven, maar omdat die niet weet hoe al die formules uitgeschreven moeten worden, is dat nog onhandiger dan wanneer ze het zelf doet. Maar met haar schrijfstukje was dat kwartier extra echt te kort.”

“Ja, oké. Maar mijn voorbereiding trok ook op niet veel. Nu heb ik veel meer herhaald, meer oefeningen gemaakt dus met een beetje geluk gaat het dit keer beter. We zullen wel zien.”

Wel, ondertussen kan ik je zeggen: ik was er weer niet door.  Of dit nu komt door dat miezerige kwartiertje of door de moeilijkheidsgraad weet ik niet. Uit tijdsgebrek kon ik aan minstens 10 van de 40 niet eens beginnen, maar ik moet toegeven dat diegene die ik wel kon maken, ook 10 keer moeilijker waren dan diegene die ik geoefend had. Uiteraard heb ik zoals het een goede rolstoelpatiënt beaamd een klachtenbrief geschreven naar de organisatie met de vraag om het kwartiertje extra aan te passen naargelang iemands beperking. Dus, wie weet wat volgend jaar brengt…Dit jaar ga ik naar Leuven; Taal-en Letterkunde volgen; mijn zelfstandigheid vergroten; het uitgangsleven proberen; heuvels trotseren. Zoals ik steeds vaker en vaker zeg: we zullen wel zien. Het komt wel in orde. Voorlopig, zie ik het allemaal zitten.

Tot de volgende?!

Ans

*hypofyse: klier in de hersenen die hormonen produceert en waar ik later wel eens een uitgebreider fragmentje aan zal besteden

*sonderen: hierbij zou ik liever wel doorwijzen naar een Wikipediapagina al was het om me de gênante uitleg te bepalen, maar uit schrik voor wat je daar gaat aantreffen, vat ik het liever toch even zelf samen als hmm…”de blaas helpen legen”

*PAB: persoonlijk assistentie bedrag: een bedrag gegeven door de staat om een persoonlijke assistent aan te nemen.

*omkadering: een begrip dat veel meer uitleg verdient dan de gebruikelijke ruimte bij een * toelaat en dat ik ook in een later dagboekfragmentje nog wel eens uitgebreid toelicht.