30 maart 2017- 3 april 2017

Dag lieve lezer!

Als je kijkt naar een plattegrond van Washington DC, krijg je de indruk dat de staat    ontworpen is door of voor de meer structuurbehoevende autist. Dat gold ook al voor New York of, in ieder geval, voor Manhattan. Zoals mijn broer me vertelde – die effectief af en toe wel eens een autistisch trekje durft te vertonen -, is het stratenplan daar zo opgebouwd dat vanaf de oostkust van het eiland iedere verticale straat een stijgend nummer krijgt met daarachter de term ‘avenue’ en dat van zuid naar noord hetzelfde gebeurt maar dan met de term ‘street‘ erachter. Voor het huisnummer van ieder gebouw begint men steeds te tellen vanaf 5th Avenue, New Yorks meest belangrijke straat, en stijgt het getal naarmate je dichter bij de kustranden komt. Aangezien je zo telkens twee keer hetzelfde adres krijgt, wordt bij een adresbeschrijving naast de straat en het huisnummer ook steeds een oriëntatie gegeven (West/East). Daarnaast is het district ook opgedeeld in blokken waarbij twintig blokken één mijl vormen. Als je dus een adres hebt opgekregen, hoef je slechts te tellen en je weet perfect hoever je nog moet wandelen! Wat Washington DC betreft, heeft het district een compleet andere structuur, maar een die minstens even doordacht is. Het hart van Washington DC wordt gevormd door ‘The Mall’, een gigantisch rechthoekig grasveld dat zich uitstrekt ten Noorden en Oosten van de Potomac River, die John Smith – ja, die van Pocahontas – nog bevaren heeft. Aan het ene uiteinde ervan ligt het Capitol, waar de wetgevende macht van de VS zetelt; aan het andere uiteinde staat de Lincoln Memorial, een immens bouwwerk dat het beeld bewaart (letterlijk) van de president die zorgde voor de afschaffing van de slavernij en ertussenin heb je het Washington Monument met langs de ene kant een zijbeuk van gras die uitmondt in het Witte Huis en langs de andere kant een vijver. Rond het Capitol staan enkele belangrijke gebouwen zoals de Library of Congress, aan de Westkant zijn er buiten de Lincoln Memorial nog verschillende andere werken opgetrokken ter herdenking van een bepaalde persoon of gebeurtenis en verder wordt de Mall afgebakend door lange rijen musea die het grasveld langs beide zijkanten flankeren. In het Noordwesten van de Mall ligt Georgetown dat vooral doorheen de geschiedenis van groot belang was en, ik weet niet of je dat ene puntje ziet helemaal bovenaan rechts, in het uithoekje van de kaart (niet dat blauwe stipje, nog hoger), ver verwijderd van alle bezienswaardigheden waarover ik je tot nu toe verteld heb? Daar…lag ons hotel.

(Op de foto’s: Manhattan met haar, oké, oké, – bijna – perfecte mathematische stratenplan; Washington DC met haar doordachte structuur, opnieuw met dank aan Google Maps)

Van onze eerste avondwandeling in Washington DC kan ik je niet meer zo veel vertellen. Of dat nu komt door de vermoeiende treinrit of door de kap van mijn jas die zo strak met de koortjes was dichtgetrokken – wat wel vaker was die dagen en absoluut geen zicht – dat ik geen steek voor ogen zag, laat ik in het midden. Wat ik je wel kan zeggen, is dat we toen in een restaurantje in Chinatown heerlijke gepofte maïs hebben gegeten die wat weg had van popcorn, maar, ik weet niet, gezonder aanvoelde? (- laat me in de waan!)

20170330_205044

(Op de foto: onze lege borden met de vermelde gezonde – niets zeggen! -, gepofte maïssnack)

Het voordeel aan minder goed weer is, dat je Daan in musea krijgt waar hij anders nooit een voet binnen zou zetten. Een van de zaken die ik zeker wilde doen in Washington DC was het Newseum en toen ter plekke tijdens onze tweede dag bleek dat ook de Amerikaanse hoofdstad  op het einde van maart niet gespaard blijft van de nodige buien, besloot ik daar handig gebruik van te maken. Enkele hoogtepunten: de gehavende, authentieke zendmast die op een van de WTC-torens stond en een van de redenen was waardoor meteen na de aanslagen van 11 september de verslaggeving erover moeizaam verliep en de muur erachter vol voorpagina’s van kranten toen die alsnog over de gebeurtenis berichtten; een virtual reality-bril; een wereldkaart met indicaties van de – opvallend weinige – landen waar persvrijheid is en een green screen waar je met een microfoon voor kon gaan staan en van een autocue een stuk tekst voorlezen zodat het leek alsof je het Amerikaanse nieuws presenteerde (al stond bij mij het balkje met mijn naam als reporter net ìets te veel in de weg om overtuigend over te komen).

(Op de foto’s: de inkom van het Newseum met een etalage vol voorpagina’s van kranten uit de hele wereld die iedere dag wordt geüpdatet! (- tja, het is één manier om de werkeloosheidsgraad in een land laag te houden -); de zendmast van de WTC-torens en de muur met de berichtgeving over 11/09; de wereldkaart over persvrijheid; ik, Ans, uw reporter van dienst – of toch alleszins een stukje ervan) 

Aangezien het weer bij het verlaten van het museum nog niet veel beter was en om Daan voor zijn geduld te belonen – die op het einde van ons bezoek toch alweer licht nerveus begon te trappelen om door te gaan – zijn we nadien in de National Archives gaan kijken naar de Declaration of Independence waar we door de bewaking opnieuw als VIP’s behandeld werden (brede man van de security tegen trillende Chinees: Do you belong with them? No? Wait.) Uiteindelijk, als we dan toch bezig waren, hebben we een bezoekje gebracht aan de National Portrait Gallery. Zo konden we tussen veel andere hoofden in, Pocahontas en Abraham Lincoln ook eens in levende lijve, nu ja, geschilderde lijve dan toch, ontmoeten.

(Op de foto’s: de National Archives, de ‘echte’ Pocahontas en Lincoln – die, wat weinig historici weten, op het moment dat hij geschilderd werd juist aan het poseren was voor ‘de denker’ van Rodin)

Je moet weten wanneer je een museum moet induiken en wanneer dat absoluut niet te doen. Ik heb je al verteld over de vele memorials van de Mall en toen de avond na onze vele museumbezoeken de app van Buienradar op mijn gsm aangaf dat het de dag nadien droog zou blijven, hebben Daan, Melanie en ik een inspanning gedaan om die ochtend vroeg op te staan en een Free Walkingstour te volgen die langs al deze gedenktekens  ging.

(Op de foto’s: Washington Monument; World War II Memorial; muur met sterren bij WW II Memorial waarvan iedere ster staat voor 100 (!) gevallen soldaten; Vietnam Veterans Memorial; Lincoln en Martin Luther King Jr.; Korean War Veterans Memorial waarvan er altijd een van de beelden je aankijkt, – buiten hier toevallig ; F. D. Roosevelt en ik, waarvan, ondanks de presidentiële uitstraling van de tweede, het wel daadwerkelijk de eerste is waarvoor de memorial is opgericht)

In de namiddag hebben we enkele flarden opgesnoven van het Cherry Blossomfestival, dat toevallig juist tijdens ons verblijf plaatsvond; langs het Witte Huis gepasseerd, (waar ik wel eens heb aangeklopt, maar het gevoel had dat ik op een muur botste – heb je’m? -), en gedineerd in de Friday’s waar ik zo hard moest sleuren aan mijn chickennuggets dat ik de fastfoodketen er nog steeds van verdenk me calamares te hebben geserveerd in plaats van kip – wat echt nog wel zou kunnen aangezien er ook niets van smaak in het gerecht zat -. Uiteindelijk zijn we afgezakt naar het Kennedycenter om, na steeds aandacht te hebben gegeven aan Pocahontas, ook eens naar een balletstuk te gaan kijken dat draaide om een andere Disneyprinses, namelijk: de kleine zeemeermin.

(Op de foto’s: wat Cherry Blossoms; het Witte Huis, dat in het echt veel kleiner is dan je zou denken; een lichtbord van de Friday’s, dat ik je enkel laat zien zodat je de volgende keer er in een grote boog rond kan lopen; Daan, ik en  Melanie bij de balletshow waar we ons alledrie tussen de uitgedoste mensen, flink underdressed voelden – nee, ik had nog net mijn kap niet op)

Normaal gezien zouden we ons verblijf in Washington DC beëindigd hebben met een rondleiding in de Capitol en de Library of Congress, maar omdat een van ons *kuch, Daan uiteraard, kuch* zich van dag had vergist, is het gebleven bij een toertje rond de gebouwen. Gelukkig voor deze persoon *Daan, kuch*, kwam die op het superidee om ’s middags te picknicken langs de Potomac River zodat al een groot deel van mijn frustraties voorbij waaide en het gigantische ijsje dat ik nadien kreeg in Georgetown – het voordeel van een groot hoorntje te moeten vragen om door je vingerfunctiebeperking niet te morsen en de reflex van Amerikanen om grote porties te op te scheppen -, zorgde ervoor dat ook mijn laatste beetje woede afkoelde.

(Op de foto: de Capital, die ik je door bepaalde personen * Daan, kuch* slechts langs de buitenkant kan laten zien; Melanie haar ijsje, dat qua omvang – ongeveer- in de buurt komt van het mijne)

Ziezo, ook het tweede deel van onze reis zit erop. Ik zal de drukte en eigen sfeer van deze twee grootsteden missen als ik afzak naar het zuiden, maar kijk er daarentegen ook naar uit om eindelijk mijn kersenpitkussen (en die ellendige kap!) te kunnen opbergen en wat zon te absorberen van op de attracties in de pretparken van Orlando of van tussen de hunks op stranden in Miami. Hup, naar de luchthaven! Florida, here I come!

Tot de volgende?

See ya!

Ans